maandag 15 december 2014

De klanken van een jazzballade #3: Verfijnd spel

Verhaal 6: 'My Funny Valentine' is waarschijnlijk een titel die velen van jullie aan de uitvoeringen
van Chet Baker en Frank Sinatra doet denken. Waarschijnlijk zal zeker Chet Baker nog aan bod komen in deze serie, maar niet in dit deel. Nu wil ik het hebben over Wynton Marsalis, de klassiek en jazztrompettist. Zeker niet erg bekend onder het grote publiek, maar iemand die mij als één van de eerste in aanraking bracht met jazz. 2 cd's van hem delen m'n vader en ik, meer niet. Die cd's heb ik al een hele tijd niet meer gehoord, toch klonk het ene nummer wat ik net opgezocht heb erg vertrouwd en bekend. 'My Funny Valentine' heet dat nummer, voor zover ik weet niet gelinkt met dat prachtige nummer van Chet Baker. Een nummer wat verfijnd zacht en rustig begint, en van het een op andere uitbarst in een swingen uptempo jazzorkest spel. Dat nummer is denk ik het eerste jazznummer wat ik gehoord heb, of althans wat ik bewust heb gehoord en is blijven hangen. Ik herinner me dat dat laat op de avond was, maar wanneer? Ik weet het niet meer. De rest van die twee cd's kan ik me niet zozeer herinneren. Daar moet verandering inkomen, misschien later meer.

Verhaal 7: We gaan naar september dit jaar, een paar dagen na m'n vijftiende verjaardag. In de enige echte platenzaak in Alphen aan den Rijn, 'Vinyl and More'. Hier kocht ik m'n eerste plaat van Dexter Gordon, 'Sophisticated Giant'. Gordon was iemand met een ongelooflijk groot talent. Niemand kon de sax spelen als hij. Dat talent bracht hem ook ten onder, alcohol was zijn grootste vriend en vijand. Het doet me altijd zeer om te lezen hoe verschrikkelijk sommige genieën aan hun einde zijn moeten komen. Dexter Gordon kon zo verfijnd spelen, zo met gevoel. Hij wist mensen te raken en doet dit nu nog steeds. Zijn saxspel weet de ruimte te vullen, vol met kracht en als het moet zeer klein. Of hij nu een ballad of een groots bebop spel speelt, zijn spel steekt er bovenuit. Hij was één van de beste in zijn vak. Hij neemt z'n tijd, geeft andere muzikanten de ruimte en weet ook wanneer hij even niet moet spelen. Hij werkt op naar een climax, een hoogtepunt waarin hij even kan 'shinen'. En daarna weer rustig op de achtergrond treedt, net genoeg zodat zijn spel lichtelijk de overhand houdt. Prachtig en verfijnd, heel erg verfijnd. Hij heeft niets voor niets de bijnaam 'Sophisticated Giant'. Een enorm lange man, verfijnd in z'n spel, helaas ten onder gegaan aan zijn eigen talent.

Verhaal 8: Dave Brubeck is een artiest waarover mijn allereerste 'Op de draaitafel' ging, zie hier. De pianist met de vetkuif. 'Take Five',de best verkochte jazzsingle aller tijden. Een nummer wat ijzersterk en ritmisch in mekaar zit. Het vliegt en het gaat, met zijn spel valt of staat het spel. Het orkest leunt op hem. Soms tegen het ritme in. Zonder de saxofoon van Paul Desmond zou het nummer saai worden, geen 'flair' hebben. Heerlijk, puur en echt, zo zou je het nummer kunnen omschrijven en dan zou het nog het te weinig eer aandoen. Een nummer wat bij de beste aller tijden hoort, een nummer van een gewone pianist met zijn orkest. Één dag voor zijn 92e verjaardag overleed Dave Brubeck aan een hartaanval, op 5 december 2012. Een ouderdomskwaal, niets meer. Een genie wat niet ten onder gegaan is aan z'n eigen talent. Hij was één van de weinigen jazzmuzikanten die zijn toevlucht niet in drugs zocht, maar in muziek. Iemand die met zijn beiden benen op de grond bleef staan. Iemand die hopelijk nu in betere oorden verkeerd dan deze aarde. Dat ene nummer wat ik hierboven heb beschreven is genoeg om te laten blijken wat een talent hij had. En dan blijft er nog een oeuvre van honderden nummers over, die net zog goed, al dan niet beter zijn dan zijn grootse succes.   

Geen opmerkingen:

Een reactie posten

LinkWithin

Related Posts Plugin for WordPress, Blogger...